Hoe plaats je een voetnoot, vroeg ze eens aan mij.
En ik schrok toen ik merkte dat ik het niet meer wist.
De tijd van annoteren is voorgoed voorbij:
een nieuw leven dat is gerezen als de mist.

Niets zo weids als het genot van de kanttekening.
Inzicht of terzijde bij een o zo interessant boek.
Het genot te weten: daar staat mijn handtekening.
Leeg leven geplaatst tegen een zinvol achterdoek.

Nu besef ik hoogstens een voetnoot te mogen zijn
Bij wat voorbij is gegaan. En zelfs dat is ijdele hoop:
als niemand meer weet, wie ik was of wat ik schreef,

is het grote commentaar immers even klein
als een vage herinnering die voorbij sloop,
een schim van wat ons ooit tot schrijven dreef.