Zij wel…

Mijn vrouw zet me af, de kinderen spelen nog even met de hond, en dan vertrekken ze. Wandelen in het Verdronken Land. Zij zal terugrijden, bezweert ze, ik kan biertjes drinken met Jan.
     Jan woont onder een dijk zoals veel mensen hier. Geborgen, zo voelt het. Tenminste: als je niet aan het water denkt dat verderop in de hoogte klotst. We bekijken zijn erf. Zijn nieuwe optrekje is prachtig. Een toevluchtsoord voor kunstenaars.
     ‘Heb je echt je zwembroek mee?’ vraagt hij.
     Overal zijn dieren. Konijnen, kippen, varkens, geiten, katten, nog een hond, een kleine, maar die is jaloers en chagrijnig, zegt Jan.
     De grote hond volgt hem overal. Het is zijn nieuwe hond, een kruising tussen een Husky en een herder. Jan is trots op hem, de hond is trots op zichzelf. Hij blaft niet, dat is fijn. Het is echte vriend. Dat zie je meteen.
     Ik geef hem mijn boek.
     Jan, bedoel ik, niet de hond.
     Op de achtergrond gaat de muziek eeuwig door. Een playlist van jaren negentig rock waarmee ik ben opgegroeid. Een goed teken. Ik vraag naar het zwembad. Ik begin jaloers te worden.
     ‘Eerst praten, dan zwemmen.’
     Jan is een van de weinige mensen die gewoon durft te zeggen dat er leukere dingen zijn dan schrijven. In je tuin scharrelen. Met de dieren spelen. Schrijven is ellende.
     Op het gras staat een glimmende sportwagen.
     Een Fiat Spider, zegt Jan, alsof dat de gewoonste zaak is. Hij rijdt lekker, maar staat te koop.
     ‘Ik neem wat het leven me brengt.’
     Dat zegt hij. Ik moet het onthouden.
     Na een duik in het koude zwembad eten we boterhammen. Vers olijfbrood dat hij in het dorp koopt. We drinken Leffe, maar hij heeft ook iets sterkers.
     ‘Dan kom ik niet meer overeind,’ zeg ik.   

Eenmaal thuis besef ik dat ik eigenlijk in de hemel was. De leegte. De muziek. Die dieren. Het zwembad. De sportwagen. Alles eigenlijk.
     Er was zelf een arts in de buurt. Zijn vrouw.
     Als ik was gebleven, dan zouden we vast pannenkoeken gaan bakken en in die Spider rondscheuren over de dijkjes. De grens over. Naar BelgiĆ«. Ja, zo zou het gaan.